Nieuws

Michèle Russel-Capriles is beëdigd als waarnemend Gouverneur van Curaçao

Geplaatst op 7 juni 2019 door Ministerie van Algemene Zaken en Minister President

TOESPRAAK AMBTSAANVAARDING WAARNEMEND GOUVERNEUR VAN CURAÇAO

IN DE STATEN VAN CURACAO

HARE EXCELLENTIE MICHELE RUSSEL-CAPRILES

7 juni 2019

Mijnheer de Voorzitter,

Leden van de Staten,

Excellenties,

Genodigden,

Famia i amigunan,

Vandaag sta ik hier voor u om mijn benoeming tot waarnemend Gouverneur van Curaçao te aanvaarden. I am deeply humbled dat het mij is toevertrouwd om van tijd tot tijd de taken van de Gouverneur te waarnemen. Een eer die ik niet licht neem.

In artikel 2 van ons Statuut wordt de rol van de Gouverneur beschreven. Deze rol is zoals u weet tweeledig. Op de eerste plaats vertegenwoordigt de Gouverneur de Koning op Curaçao en is daarmee hoofd van de regering van het land Curaçao. Op basis van het Reglement van de Gouverneur van Curaçao waakt hij daarnaast als Koninkrijksorgaan over het algemeen belang van het Koninkrijk, draagt hij zorg voor de uitvoering van Rijkswetten, Algemene Maatregelen van Rijksbestuur en internationale verdragen en houdt toezicht op de naleving daarvan.

Meneer de Voorzitter, Leden van de Staten,

Ik verklaar aan u allen vandaag dat ik bereid ben om beide taken die in het Statuut en het Reglement van de Gouverneur aan de Gouverneur zijn toevertrouwd, waar te nemen wanneer de Gouverneur verhinderd is. Ik beloof dat ik daarbij altijd zal instaan voor een balans tussen de nationale belangen van Curaçao en de Koninkrijksbelangen. Ik verzeker u dat ik altijd naar eer en geweten zal handelen, de wet in acht zal nemen en het welzijn van het volk van Curaçao zal bewaken.

Ik ben dankbaar dat Zijne Majesteit de Koning mij heeft benoemd. Ik zie het als een eer hem te mogen vertegenwoordigen en ik waardeer het vertrouwen bijzonder dat met de aanbeveling van de Raad van Ministers van Curacao en de voordracht van Raad van Ministers van het Koninkrijk, in mij is gesteld.  Het is een voorrecht om uw waarnemend Gouverneur te mogen zijn.

Meneer de Voorzitter, Leden van de Staten,

Iets meer dan 25 jaar geleden betrad ik deze zaal voor het eerst, toentertijd als Statenlid. Ik was jong, onervaren en in vele opzichten naïef. Maar ik was gedreven door het feit dat ik zielsveel van ons eiland houd en ik mijn steentje wilde bijdragen aan haar ontwikkeling. Na 4 jaar besloot ik mij terug te trekken uit de politiek; niet omdat ik niet langer gaf om dit eiland, maar omdat ik gerealiseerd had dat ik nog veel te leren had.

Mijn Statenjaren hebben mij geleerd hoe ons land staatsrechtelijk en politiek werkt; dat onze basis rechten en plichten als volk verankerd zijn in de wet en dat de mens centraal moet staan. Gedurende de afgelopen twee decennia heb ik meer inzicht gekregen in de geschiedenis van ons land.  Daarnaast heb ik geleerd om de problemen die wij als land ondervinden binnen een sociaal-economisch én cultureel-historisch kader te bezien. Verder heb ik vooral de kunst en cultuur van ons land mogen ervaren, ondersteunen en versterken. Onderweg heb mensen van verschillende pluimage ontmoet en met hen  samengewerkt. Telkens ben ik met nieuwe ideeën, theorieën, filosofieën en feiten in aanraking gekomen. Deze ervaringen, gepaard met de uitdagingen die ik op persoonlijk vlak ben aangegaan, maken dat ik vandaag in alle vertrouwen dit nieuwe pad in sla en mij gesteund voel in deze.

Meneer de Voorzitter, Leden van de Staten,

Dat ik vandaag dit ambt aanvaard heeft alles te maken met het feit dat ik mij voorbereid voel om het goed te kunnen doen, maar het heeft vooral ook te maken met mijn kinderen. Ik heb namelijk wel een agenda: ik wil dat mijn kinderen, alsook alle yu di Kòrsou, in de toekomst terug willen én kunnen keren naar Curaçao. Daarvoor is het van belang dat  het eiland voor hen een goed leef- en werkklimaat kan bieden, met gezonde vooruitzichten. Daaraan wil ik bijdragen als burger; en nu ook als waarnemend Gouverneur.

Ik vertrouw en reken erop dat onze regering de nodige stappen blijft nemen om de problemen die wij als land en volk ervaren te verlichten en te verhelpen. Ik vertrouw en reken er op dat ook de andere instituten die ons land en bevolking moeten beschermen hun plichten naar behoren uitvoeren.

Maar zelfs als zij allen hun deel doen vergt de huidige situatie meer dan ooit dat wij, individuele leden van deze gemeenschap, bereid zijn om ook een stukje verantwoordelijkheid te dragen.

  • we moeten bereid zijn om samen te werken, in plaats van elkaar constant te betichten van fouten;
  • we moeten bereid zijn om elkaar goeds te gunnen, in plaats van elkaar slecht te wensen;
  • we moeten bereid zijn om zelf de handen uit de mouwen te steken, in plaats van de vinger naar een ander te wijzen.

Ik heb het niet over alleen maar grote gebaren, ik heb het over dingen die wij allen kunnen en gewoon zouden moeten doen:

  • ouders die liefdevol zorgen voor hun kind en kinderen die liefde en respect hebben voor hun ouderen;
  • leraren die hun studenten inspireren om te leren, te onderzoeken en te denken, en studenten die met bewondering en interesse kennis aangrijpen;
  • werkgevers die goed zorgen voor hun werknemers en werknemers die met plezier en eer hun werk uitvoeren;
  • mensen die hun eigen huis, tuin, buurt, werk en school koesteren, verzorgen en hun medemens helpt.

Als ik kijk naar het sociaal-cultureel veld zie ik zo veel mensen die dag-in-dag-uit vanuit de grassroots, vaak pro-deo en met weinig tot geen middelen, werken aan de basis, voorwaarden scheppen en jongeren inspireren. Het zijn vooral deze mensen die mij grote hoop geven voor de toekomst.

Het feit dat wij, ondanks de moeilijke omstandigheden, toch steeds weer in staat zijn gebleken om als collectief bij te dragen aan de ontwikkeling van individuele jongeren die op sport, cultureel en sociaaleconomisch gebied excelleren, is een sterk lichtpunt. Zij maken op wereldniveau een naam voor zichzelf én ons eiland.

Ik zal binnen de grenzen die dit ambt kenmerken altijd trachten om de zelfredzaamheid van ons volk, de eigen waarde van de individu en het collectief én de rechten van de burger te koesteren, te beschermen, en te ondersteunen.

Meneer de Voorzitter, Leden van de Staten,

Ik stam af van de Joodse families die vanaf 1651 op Curaçao landden. De twaalfde generatie geboren en getogen op dit eiland; een eiland die mijn vervolgde voorouders een veiling thuisfront heeft gegeven en mogelijkheden heeft geboden om bloeien. Wij zijn loyaal aan het Koninklijk Huis en de regeringen van Curaçao die onze burgerrechten voor meer dat 3 ½ eeuw heeft verzekerd.

Het werk dat ik in de afgelopen jaren heb mogen doen binnen de Joodse gemeenschap heeft mij geleerd dat mijn Curaçao-Joodse achtergrond onlosmakelijk verbonden is met de geschiedenis van Curaçao. Mijn voorouders hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van Curaçaos. Ik ben er trots op om in die traditie te kunnen treden.

Het is nu aan mij… Het is mijn beurt ‘to step up to the plate’, om dank te betuigen voor waar ik vandaag sta; voor het voorrecht dat ik heb om mijn land te dienen, als yu di Korsou.

Op de eerste plaats bedank ik mijn man en onze kinderen voor de ruimte en steun die zij mij geven om ons land te dienen. Ik dank mijn overige familie en vrienden die mij bijstaan en zodoende toestaan om deze taken in alle rust en vertrouwen  uit te voeren. Ik dank bij voorbaat allen die bereid zijn om mij met de nodige kennis en advies bij te staan opdat ik sterk kan staan in vervulling van dit ambt.

Als laatste, maar eigenlijk op de eerste plaats, betuig ik mijn dank aan Adonai, mijn G-d. Dat doe ik vanochtend met een traditioneel Joods gebed dat gebruikt wordt op momenten waarbij iets nieuws gebeurt.

Met deze woorden sluit ik vanochtend af, in het vertrouwen dat G-d mij zal blijven leiden en ik mijn land waardig zal mogen dienen.

Ik dank u voor uw aandacht. Masha danki!

Gerelateerde ministeries

Uw mening