Wet- en Regelgeving

Sanctielandsverordening

Publicatienummer: P.B. 2014, no. 55 (Geconsolideerde Tekst)
Categorie: Geconsolideerde Tekst
Onderwerp(en): Sanctielandsverordening
Ministerie: Algemene Zaken en Minister President
Datum ondertekening: 03-06-2014
Datum inwerktreding: Niet van toepassing
Geregistreerd in:
Klapper Publicatieblad (HOOFDSTUK XIV Landsverdediging)

LANDSBESLUIT van de 3de juni 2014, no. 14/1188, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Sanctielandsverordening.

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum ingetrokken

Betreft

Vindplaats               

Zittingsjaar

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Geconsolideerde Tekst

P.B. 2014, no. 55 (GT)

N.v.t.

 

 

Artikel 1

 

De geconsolideerde tekst van de Sanctielandsverordening wordt vastgesteld overeenkomstig de in de bijlage bij dit landsbesluit opgenomen tekst.

 

Artikel 2

 

Dit landsbesluit met de bijlage wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad.

 

 

                                                                                    Willemstad, 3 juni 2014

                                                                                     L.A. GEORGE-WOUT

 

 

De Minister van Justitie,

     N.G. NAVARRO

 

 

                                                                                    Uitgegeven de 27ste juni 2014

De Minister van Algemene Zaken,

                 I.O.O. ASJES

 

 

 

 

Bijlage behorende bij het Landsbesluit van de 3de juni 2014, no. 14/1188, houdende vaststelling van de geconsolideerde tekst van de Sanctielandsverordening[1]

_____________________________________________________________________________

 

Geconsolideerde tekst van de Sanctielandsverordening, zoals deze luidt:

 

a.  na wijzigingen tot stand gebracht door de Nederlandse Antillen bij:

     - Invoeringslandsverordening wetboek van strafvordering (P.B. 1997, no. 237);

     - Invoeringslandsverordening administratieve rechtspraak (P.B. 2001, no. 80);

     en

b.  in overeenstemming gebracht met de aanwijzingen opgenomen in de Algemene overgangs-regeling wetgeving en bestuur Land Curaçao (A.B. 2010, no. 87, bijlage a);

     en

c.  na wijzigingen tot stand gebracht door Curaçao bij:

     - Invoeringslandsverordening Wetboek van Strafrecht (P.B. 2011, no. 49).

 

 

§ 1. Definities

 

Artikel 1

 

Voor de toepassing van deze landsverordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a.   sanctielandsbesluit   :        een landsbesluit, houdende algemene maatregelen, als bedoeld in artikel 2;

b.         sanctieregeling :  een ministeriële regeling als bedoeld in artikel 7;

c.   minister                 :  de Minister-President, Minister van Algemene Zaken;

d.   ministers                :  de Minister-President, Minister van Algemene Zaken en de minister die het mede aangaat tezamen.

 

 

§ 2. Sanctiemaatregelen

 

Artikel 2

 

Ter voldoening aan besluiten of aanbevelingen van organen van volkenrechtelijke organisaties, dan wel aan internationale afspraken, met betrekking tot de handhaving of het herstel van de internationale vrede en veiligheid of de bevordering van de internationale rechtsorde en tot de naleving waarvan het Koninkrijk der Nederlanden zich heeft verplicht, kunnen op de voordracht van de minister of de ministers bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, de in de artikelen 3 en 4 omschreven regels worden vastgesteld.

 

Artikel 3

 

1.  De in artikel 2 bedoelde regels kunnen betreffen het goederen-, diensten- en betalingsverkeer, de scheepvaart, de luchtvaart, wegverkeer, de post en de telecommunicatie, een en ander met betrekking tot in een te treffen sanctielandsbesluit aan te wijzen staten of gebieden.

2.  Onder het in het eerste lid bedoelde verkeer met betrekking tot de in een sanctielandsbesluit aangewezen gebieden wordt begrepen iedere handeling die kennelijk rechtstreeks is gericht op het bewerkstelligen van zulk verkeer.

3.  De in artikel 2 bedoelde regels kunnen mede voorschriften inhouden betreffende de in het goederen-, diensten- en betalingsverkeer, de scheepvaart, de luchtvaart, wegverkeer, de post en de telecommunicatie gebruikelijke documenten.

4.  Deze landsverordening laat de bevoegdheden krachtens de Landsverordening In- en Uitvoer (P.B. 1968, no. 42) alsmede die krachtens de Landsverordening Deviezenverkeer (P.B. 1981, no. 67) onverlet.

 

Artikel 4

 

De in artikel 2 bedoelde regels kunnen tevens betrekking hebben op de toelating en het verblijf van vreemdelingen in die zin dat bij een sanctielandsbesluit kan worden bepaald dat:

1°.   in afwijking van de artikelen 6, 7 en 8 van de Landsverordening toelating en uitzetting (P.B.1966, no.17)[2] de toegang en het verblijf kunnen worden geweigerd aan vreemdelingen die

       a.  onderdaan zijn van een bij een sanctielandsbesluit aan te wijzen staat,

       b.  gevestigd zijn in een bij een sanctielandsbesluit aan te wijzen buiten Curaçao gelegen            gebied, of

       c.  in het bezit zijn van documenten voor grensoverschrijding afgegeven door bij een sanctielandsbesluit aan te wijzen instanties;

2°.   de minister of de ministers vergunningen tot verblijf of tot vestiging van vreemdelingen die behoren tot één van de onder ten 1° bedoelde categorieën kunnen intrekken. In een zodanig geval wordt de intrekking van een vergunning tot verblijf of tot vestiging aangemerkt als een intrekking als bedoeld in artikel 14 van de Landsverordening toelating en uitzetting.

 

 

Artikel 5

 

1.  Alvorens de voordracht tot vaststelling of wijziging van een in artikel 3 omschreven sanctielandsbesluit te doen, geven de minister of de ministers van het voornemen daartoe kennis aan de Sociaal Economische Raad dan wel aan naar hun oordeel bij dat besluit in belangrijke mate betrokken organisaties van belanghebbenden en stellen zij deze in de gelegenheid hun mening daarover kenbaar te maken.

2.  Het eerste lid is niet van toepassing indien naar het oordeel van de minister of de ministers het algemeen belang zich tegen de toepassing daarvan verzet.

 

 

Artikel 6

 

1.  Een sanctielandsbesluit alsmede een besluit tot wijziging of intrekking daarvan treedt niet eerder in werking dan twee maanden na de datum van uitgifte van het Publicatieblad, waarin het wordt geplaatst.

2.  Met betrekking tot een sanctielandsbesluit anders dan ter voldoening aan een besluit van een orgaan van een volkenrechtelijke organisatie tot voldoening waaraan de lidstaten van die organisatie juridisch zijn verplicht, dan wel met betrekking tot een besluit tot intrekking of wijziging daarvan, kan binnen één maand na de datum van uitgifte van het Publicatieblad waarin het betrokken besluit wordt geplaatst, door of namens de Staten of door ten minste een vijfde deel van het wettelijk aantal leden van de Staten de wens te kennen worden gegeven dat het betrokken besluit bij landsverordening zal worden bekrachtigd. Indien een zodanige wens te kennen is gegeven, wordt zo spoedig mogelijk het ontwerp van een daartoe strekkende landsverordening ingediend.

3.  Indien een overeenkomstig het tweede lid ingediende ontwerp-landsverordening door de Staten niet wordt goedgekeurd, wordt het desbetreffende sanctielandsbesluit onverwijld ingetrokken.

4.  Een sanctielandsbesluit vervalt, behoudens eerdere intrekking, drie jaren na zijn inwerking-treding, tenzij bij landsverordening anders wordt bepaald.

 

 

Artikel 7

 

De minister of de ministers kunnen, wanneer zij overwegen een voordracht tot vaststelling, wijziging of intrekking van een sanctielandsbesluit te doen en naar hun oordeel een gewichtige reden een onmiddellijke voorziening vereist, bij ministeriële regeling met algemene werking regels overeenkomstig het in overweging zijnde sanctielandsbesluit vaststellen alsmede in een bestaand sanctielandsbesluit vervatte regels buiten werking stellen.

 

 

Artikel 8

 

1.  Een sanctieregeling als bedoeld in artikel 7 treedt niet in werking alvorens zij door plaatsing in het Publicatieblad is bekend gemaakt.

2.  Een sanctieregeling blijft, behoudens eerdere intrekking van kracht totdat een krachtens artikel 2 vastgesteld sanctielandsbesluit dat hetzelfde onderwerp betreft, in werking treedt, doch uiterlijk tot tien maanden na haar inwerkingtreding.

 

 

§ 3. Ontheffing en vrijstelling

 

Artikel 9

 

1.  Van de voorschriften in de regels, omschreven in artikel 3, kan de minister of kunnen de ministers geheel of gedeeltelijk vrijstelling of, op een daartoe strekkend verzoek, ontheffing verlenen.

2.  Een vrijstelling kan worden gewijzigd of ingetrokken en een ontheffing kan worden geweigerd, gewijzigd of ingetrokken.

3.  Een beschikking tot verlening van een vrijstelling alsmede een beschikking tot wijziging of intrekking daarvan wordt in het Publicatieblad geplaatst.

4.  Een vrijstelling of ontheffing kan onder beperkingen worden verleend. Aan een vrijstelling of een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.

5.  De minister of de ministers kunnen een ontheffing intrekken indien de ter verkrijging daarvan verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, als ten tijde van de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest. De intrekking wordt aan de betrokkene schriftelijk onder opgave van redenen meegedeeld.

6.  De minister of de ministers kunnen de ontheffingen die behoren tot een door hen aangewezen groep, gelijktijdig en tezamen intrekken, indien een gewichtige reden dit naar hun oordeel noodzakelijk maakt. Een krachtens dit lid vastgestelde beschikking wordt in het Publicatieblad bekend gemaakt.

 

 

Artikel 10

 

(vervallen)

 

 

§ 4. Toezicht en opsporing

 

Artikel 11

 

1.  Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze landsverordening bepaalde zijn belast de daartoe bij landsbesluit aangewezen ambtenaren of personen. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in De Curaçaosche Courant.

2.  De krachtens het eerste lid aangewezen personen zijn, uitsluitend voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijze noodzakelijk is, bevoegd:

     a.  alle inlichtingen te vragen;

     b.  inzage te verlangen van alle boeken, bescheiden en andere informatiedragers en daarvan afschrift te nemen of deze daartoe tijdelijk mee te nemen;

     c.  goederen aan opneming en onderzoek te onderwerpen, deze daartoe tijdelijk mee te nemen en daarvan monsters te nemen;

     d.  alle plaatsen, met uitzondering van woningen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner, te betreden, vergezeld van door hen aangewezen personen;

     e.  vaartuigen, stilstaande voertuigen en de lading daarvan te onderzoeken;

     f.  woningen of tot woning bestemde gedeelten van vaartuigen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de bewoner binnen te treden.

3.  Zo nodig, wordt de toegang tot een plaats als bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, verschaft met behulp van de sterke arm.

4.  Op het binnentreden van woningen of van tot woning bestemde gedeelten van vaartuigen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, is Titel X van het Derde Boek van het Wetboek van Strafvordering van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 155, vierde lid, 156, tweede lid, 157, tweede en derde lid, 158, eerste lid, laatste zinsnede, en 160, eerste lid, en met dien verstande dat de machtiging wordt verleend door de procureur-generaal.

5.  Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van taakuitoefening van de krachtens het eerste lid aangewezen personen.

 

 

Artikel 12

 

1.  Met de opsporing van de bij deze landsverordening strafbaar gestelde feiten zijn, naast de in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde personen, belast de daartoe bij landsbesluit aangewezen ambtenaren of personen. Een zodanige aanwijzing wordt bekendgemaakt in De Curaçaosche Courant.

2.  Bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen, kunnen regels worden gesteld omtrent de vereisten waaraan de krachtens het eerste lid aangewezen ambtenaren of personen dienen te voldoen.

 

 

Artikel 13

 

1.  Een ieder is verplicht aan de toezichthouders en de opsporingsambtenaren alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kunnen verlangen ter uitoefening van hun bevoegdheden.

2.  Zij die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding, kunnen het verlenen van medewerking weigeren, voor zover hun geheimhoudingsplicht zich daartoe uitstrekt.

 

 

Artikel 14

 

Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze landsverordening en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van deze landsverordening de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

 

§ 5. Strafbepalingen

 

Artikel 15

 

1.  Elke handeling in strijd met het bepaalde krachtens de artikelen 2 of 7, dan wel artikel 14 wordt, voor zover deze opzettelijk is verricht, gestraft met hetzij een gevangenisstraf van ten hoogste één jaar, hetzij een geldboete van ten hoogste tienduizend gulden, hetzij met beide straffen.[3]

2.  Elke handeling in strijd met het bepaalde krachtens de artikelen 2 of 7 dan wel artikel 14 wordt voor zover deze niet opzettelijk is verricht, gestraft met hetzij een hechtenis van ten hoogste vier maanden, hetzij een geldboete van  ten hoogste drieduizend gulden, hetzij met beide straffen.[4]

3.  De feiten, in het eerste lid strafbaar gesteld, worden beschouwd als misdrijf. De feiten strafbaar gesteld in het tweede lid worden beschouwd als overtreding.

 

 

§ 6. Overgangs- en slotbepalingen

 

Artikel 16

 

De strafwet van Curaçao is van toepassing op de ingezetene en de naar het recht van Curaçao opgerichte rechtspersoon die zich buiten Curaçao schuldig maakt aan een bij of krachtens deze landsverordening strafbaar gesteld feit.

 

 

Artikel 17

 

(bevat intrekking van de Uitvoerverbodenverordening 1944 (P.B. 1944, no. 117))

 

Artikel 18

 

(bevat wijziging van de Landsverordening In- en Uitvoer (P.B. 1968, no.42))

 

 

Artikel 19

 

(bevat wijziging van de Landsverordening Deviezenverkeer (P.B. 1981, no. 67))

 

 

Artikel 20

 

Deze landsverordening treedt in werking met ingang van een bij landsbesluit te bepalen tijdstip.

 

Artikel 21

 

Deze landsverordening kan worden aangehaald als: Sanctielandsverordening.

 

 

***



[1] Oorspronkelijk afgekondigd in P.B. 1997, no. 336 (Landsverordening van de 12de december 1997 houdende regels om ter uitvoering van internationale besluiten, aanbevelingen en  afspraken, beperkingen vast te stellen voor de betrekkingen met bepaalde staten of gebieden).

[2] Van de Landsverordening toelating en uitzetting is laatstelijk een geconsolideerde tekst vastgesteld bij P.B. 2010, no. 5 (red.).

[3] Bij art. CXXX (sub A) van de Invoeringslandsverordening Wetboek van Strafrecht is kennelijk beoogd de geldboete van ten hoogste tienduizend gulden te wijzigen in geldboete van de derde categorie d.m.v. de formulering “In artikel 20, eerste lid, worden de woorden “geldboete van ten hoogste NAF. 10.000” vervangen door: geldboete van de derde categorie” (red.).

[4] Bij art. CXXX (sub B) van de Invoeringslandsverordening Wetboek van Strafrecht is kennelijk beoogd de geldboete van ten hoogste drieduizend gulden te wijzigen in geldboete van de derde categorie d.m.v. de formulering “In artikel 20, eerste lid, worden de woorden “geldboete van ten hoogste NAF. 3.000” vervangen door: geldboete van de tweede categorie” (red.).

 

Naar boven
Uw mening